ECLI:NL:RVS:2019:4477
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 16 mei 2019 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling ongegrond op 26 november 2019. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De vreemdeling verzocht om te voorkomen dat hij zou worden uitgezet voordat het hoger beroep was beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en legde de staatssecretaris op de proceskosten van de vreemdeling te vergoeden. Hiermee werd de voorlopige voorziening toegewezen, waarmee de vreemdeling tijdelijk bescherming geniet tegen uitzetting.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.