ECLI:NL:RVS:2019:4487
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel Hazara uit Afghanistan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 3 mei 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 14 februari 2018 ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State beoordeelde de rechtsvraag omtrent de positie van de Hazara in Afghanistan, verwijzend naar een eerdere uitspraak van 18 december 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:4202), waarin werd vastgesteld dat de grieven van de vreemdeling gegrond zijn. Op grond hiervan vernietigde de Afdeling het vonnis van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris.
De zaak wordt terugverwezen naar de staatssecretaris voor een nieuwe beslissing, waarbij rekening moet worden gehouden met de actuele feiten en omstandigheden. De overige aangevoerde gronden in hoger beroep en beroep behoeven geen bespreking. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.