ECLI:NL:RVS:2019:4490
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens erkend religieus huwelijk
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf, welke door de staatssecretaris op 10 april 2017 werd afgewezen. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde, stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het in Syrië gesloten religieuze huwelijk, voltrokken of bekrachtigd door een shariarechtbank, in beginsel rechtsgeldig is en dat de officiële huwelijksdatum zoals vastgesteld door de shariarechtbank moet worden gehanteerd. De staatssecretaris had onvoldoende gemotiveerd waarom de vermeende ongeloofwaardigheid van het feitelijk gezinsleven zou leiden tot het niet erkennen van het huwelijk of het niet behoren tot het gezin van de referent.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van 28 november 2017 van de staatssecretaris vernietigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht. De verdere inhoudelijke argumenten van de vreemdeling behoefden geen bespreking meer.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd.