ECLI:NL:RVS:2019:483
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verlof voorhanden hebben vuurwapens na incident met mishandeling en bedreiging
De korpschef van politie trok het verlof van appellant tot het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie in na een incident waarbij appellant werd verdacht van mishandeling en bedreiging van zijn schoonzoon en stiefdochter. Hoewel appellant deze beschuldigingen betwistte en vrijgesproken werd door de politierechter, handhaafde de staatssecretaris de intrekking van het verlof.
Appellant voerde aan dat de aangifte onterecht was en dat hij fysiek niet in staat was zijn schoonzoon te mishandelen. Ook stelde hij dat bedreigingen uit context waren gehaald vanwege zijn medische aandoeningen. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het bestuursrechtelijk belang van veiligheid zwaarder weegt en dat geringe twijfel aan de verantwoordbaarheid van het verlof voldoende is voor intrekking.
De Afdeling concludeerde dat het bestuursorgaan terecht uitging van de juistheid van het proces-verbaal en het mutatierapport, en dat de vrijspraak in de strafzaak niet betekent dat de grondslag voor twijfel aan het verlof is komen te vervallen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van het verlof tot het voorhanden hebben van vuurwapens wordt bevestigd ondanks de strafrechtelijke vrijspraak.