ECLI:NL:RVS:2019:518
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning wijziging gebruik parkeergarage ondanks bezwaren bewoners
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende op 13 oktober 2016 een omgevingsvergunning aan Excerpt B.V. voor het wijzigen van het gebruik van een parkeergarage aan de Spaarwaterstraat 186 te Den Haag. Appellant, een bewoner van de nabijgelegen woningen, maakte bezwaar tegen deze vergunning en stelde beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat de procedure rondom de vergunning niet transparant was, dat de wijziging van het gebruik van de garage ten koste zou gaan van de parkeervoorzieningen voor bewoners, dat het leefklimaat zou verslechteren en dat privaatrechtelijke belemmeringen bestonden. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de eerdere procedure niet relevant is voor de beoordeling van de huidige vergunning en dat uit de stukken blijkt dat voldoende parkeerplaatsen beschikbaar blijven voor bewoners.
Verder oordeelde de Afdeling dat het college de belangenafweging zorgvuldig heeft gemaakt, waarbij de vermeende verslechtering van het leefklimaat, privacy en veiligheid niet zodanig zijn dat de vergunning geweigerd had moeten worden. Ook was er geen sprake van een evidente privaatrechtelijke belemmering. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning voor wijziging gebruik parkeergarage bevestigd.