ECLI:NL:RVS:2022:1161
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.Th. Drop
- B. Meijer
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen goedkeuring projectplan dijkverbetering IJsseldijk Apeldoorns Kanaal
Het college van burgemeester en wethouders van Heerde en Hattem verleenden omgevingsvergunningen voor het vervangen van damwanden langs de IJsseldijk bij het Apeldoorns Kanaal. Het algemeen bestuur van het waterschap Vallei en Veluwe stelde het projectplan vast en het college van gedeputeerde staten van Gelderland keurde het goed. Diverse appellanten, wonend nabij het dijktraject, stelden beroep in tegen deze besluiten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de beroepen ontvankelijk waren, ook van appellant sub 3 die geen zienswijze had ingediend, vanwege de toepassing van de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure. De appellanten voerden onder meer aan dat het gebruik van stalen damwanden niet duurzaam is, dat alternatieven onvoldoende zijn onderzocht, dat het motiveringsbeginsel en vertrouwensbeginsel zijn geschonden, en dat hun belangen onvoldoende zijn meegewogen.
De Afdeling verwierp alle beroepsgronden. Het college had de keuze voor stalen damwanden zorgvuldig gemotiveerd en rekening gehouden met duurzaamheid en alternatieven. De belangenafweging was evenwichtig en het goedkeuringsbesluit was voldoende gemotiveerd. Het vertrouwensbeginsel werd niet geschonden omdat geen toezegging was gedaan. Beroepen die zich richtten op faunauittreedplaatsen en compensatie van houtopstanden werden vanwege het relativiteitsvereiste buiten beschouwing gelaten.
De Afdeling verklaarde de beroepen ongegrond en bevestigde daarmee de omgevingsvergunningen en het goedkeuringsbesluit voor het projectplan dijkverbetering IJsseldijk Apeldoorns Kanaal.
Uitkomst: De beroepen tegen het goedkeuringsbesluit en de omgevingsvergunningen worden ongegrond verklaard.