ECLI:NL:RVS:2019:528
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
CBR mag rijbewijs ongeldig verklaren na negatieve rijtesten bij medische beperkingen
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde het rijbewijs van appellant ongeldig vanwege medische beperkingen na een hersenbloeding en spinale musculaire atrofie. Appellant betwistte het causaal verband tussen haar medische situatie en rijgeschiktheid.
De rechtbank Gelderland oordeelde aanvankelijk dat het CBR onvoldoende had gemotiveerd dat er een causaal verband bestond en vernietigde het besluit. Het CBR stelde hoger beroep in, stellende dat de Regeling eisen geschiktheid 2000 voorschrijft dat bij vermoedens van functiestoornissen een rijtest vereist is, en dat de negatieve rijtesten een voldoende grond vormden voor ongeldigverklaring.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het CBR het rijbewijs terecht ongeldig heeft verklaard op basis van het medisch rapport en de rijtestresultaten, zonder nadere terugkoppeling aan de neuroloog. Het incidenteel hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het CBR mocht het rijbewijs van appellant ongeldig verklaren op medische gronden na negatieve rijtesten.