ECLI:NL:RVS:2019:530
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toevoeging voor afzonderlijke asiel- en Dublinprocedures
De appellant heeft in Nederland een asielaanvraag ingediend en aanvankelijk een toevoeging gekregen voor rechtsbijstand in de Dublinprocedure. Vervolgens vroeg hij een aparte toevoeging aan voor rechtsbijstand in de algemene asielprocedure, welke door de raad werd geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat beide procedures hetzelfde rechtsbelang dienen: het verkrijgen van een Nederlandse verblijfsvergunning.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de Dublinprocedure en de asielprocedure verschillende rechtsbelangen betreffen, waarbij de Dublinprocedure zich richt op het voorkomen van overdracht naar een ander land en de asielprocedure op het verkrijgen van een verblijfsvergunning. Hij stelde dat het forfaitaire stelsel van vergoeding hierdoor wordt miskend.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat op grond van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 en de Vreemdelingenwet 2000 beide procedures als één procedure moeten worden beschouwd met één rechtsbelang. De Dublinprocedure maakt onderdeel uit van de voorbereiding van de asielaanvraag en leidt niet tot een zelfstandig rechtsbelang. Het beroep van appellant faalt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De Afdeling bevestigt daarmee de weigering van een aparte toevoeging voor de algemene asielprocedure na de Dublinprocedure.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de weigering van een aparte toevoeging voor rechtsbijstand in de algemene asielprocedure na de Dublinprocedure.