ECLI:NL:RVS:2019:536
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot wijziging geboortedatum in basisregistratie personen
Appellant verzocht het college om correctie van zijn geboortedatum in de basisregistratie personen van 2003 naar 1999, onderbouwd met documenten zoals een nationaliteitsverklaring, een geboorteverklaring van de Somalische ambassade en een leeftijdsonderzoek door een kinderarts.
Het college wees het verzoek af omdat de overgelegde documenten weliswaar echt zijn, maar niet als bevoegde brondocumenten kunnen worden aangemerkt en het onduidelijk is op welk brondocument zij zijn gebaseerd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat niet onomstotelijk is aangetoond dat de geregistreerde geboortedatum onjuist is.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de verklaring van zijn zus, die de oorspronkelijke geboortedatum onder ede had bevestigd, onvoldoende betrouwbaar was vanwege taalbarrières en onwetendheid over de consequenties. Ook stelde hij dat het leeftijdsonderzoek en andere verklaringen onvoldoende zijn meegewogen.
De Afdeling overwoog dat wijziging van gegevens in de basisregistratie alleen mogelijk is bij onomstotelijk bewijs door bevoegde brondocumenten. Het leeftijdsonderzoek en aanvullende verklaringen kunnen slechts ondersteunend zijn en zijn niet voldoende om de geboortedatum te wijzigen. De bezwaren tegen de verklaring van de zus en het persoonlijke belang van appellant leiden niet tot een ander oordeel.
De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot wijziging van de geboortedatum in de brp is bevestigd.