ECLI:NL:RVS:2019:572
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Beëindiging opvang vreemdeling in Bed-, Bad- en Broodvoorziening niet onredelijk
Het college heeft de opvang van de vreemdeling in de Bed-, Bad- en Broodvoorziening (BBB-voorziening) beëindigd omdat deze behoort tot de categorie Dublinclaimanten, die volgens het aangescherpte beleid van 27 september 2017 niet meer in aanmerking komen voor deze opvang.
De vreemdeling stelde dat zijn individuele omstandigheden onvoldoende zijn meegewogen en dat het college onterecht geen advies heeft ingewonnen bij de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) voorafgaand aan de beëindiging. De rechtbank had het beleid en de beëindiging van de opvang als rechtmatig beoordeeld.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het beleid niet kennelijk onredelijk is en dat het college het eenmalige aanbod tot begeleiding en gewenningsperiode terecht heeft gedaan. Het college is niet verplicht om voor Dublinclaimanten, ook niet medisch kwetsbare personen, de BBB-voorziening beschikbaar te houden. Het ontbreken van een GGD-advies is niet onredelijk.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de opvang in de BBB-voorziening bevestigd.