ECLI:NL:RVS:2016:1783
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek onderdak niet-rechtmatig verblijvende vreemdeling
De vreemdeling, die niet rechtmatig in Nederland verblijft, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om onderdak. Het college wees dit verzoek af en verwees naar de bed-bad-broodvoorziening. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. In hoger beroep stelde de vreemdeling dat onderdak in de bed-bad-broodvoorziening altijd beschikbaar moet zijn en dat het college op grond van beleid meer voorzieningen moet bieden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college geen specifieke wettelijke bevoegdheid heeft om voorzieningen aan niet rechtmatig verblijvende vreemdelingen te verstrekken en dat het beleid van het college als buitenwettelijk begunstigend moet worden gezien. De vreemdeling kan zich voor onderdak wenden tot de staatssecretaris, die voorwaardelijk onderdak in een vrijheidsbeperkende locatie kan bieden.
Verder werd geoordeeld dat het college terecht volstond met een verwijzing naar de bed-bad-broodvoorziening en dat de vreemdeling onvoldoende bewijs leverde dat hij aanspraak kon maken op aanvullende voorzieningen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam bevestigd.