ECLI:NL:RVS:2019:611
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering ligplaatsvergunning in haven Oudeschild wegens schending zorgvuldigheid
Appellant, die al ruim 30 jaar een ligplaats innam in de Noorderhaven van Oudeschild, vroeg een vergunning aan voor een vaste ligplaats voor zijn nieuwe schip. Het college van burgemeester en wethouders van Texel wees de aanvraag af omdat appellant op 1 januari 2016 geen boot bezat en de haven vol was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat het college onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld. Het college had rekening moeten houden met de bestaande rechten van appellant, die jarenlang een ligplaats had en plannen had besproken met de havenmeester. Ook is onduidelijk waarom andere ondernemers wel hun schip mochten vervangen en een vergunning kregen, terwijl appellant dit werd geweigerd. Bovendien is de havenindeling na de aanvraag van appellant gewijzigd, waardoor ruimte ontstond.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover de rechtsgevolgen van het besluit in stand zijn gelaten en beveelt het college om opnieuw te beslissen met inachtneming van de overwegingen. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de ligplaatsvergunning is vernietigd en het college moet opnieuw beslissen met inachtneming van de overwegingen.