ECLI:NL:RVS:2020:1246
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
College moet besluit op bezwaar heroverwegen over terugwerkende kracht ligplaatsvergunning
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft appellant een vergunning aangevraagd voor het innemen van een ligplaats met kiosk en reclamebord voor zijn schip in de haven van Oudeschild. Het college van burgemeester en wethouders van Texel wees deze aanvraag aanvankelijk af. Na een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak werd het college verplicht het bezwaar van appellant gegrond te verklaren en alsnog een vergunning te verlenen.
Appellant stelde dat de vergunning met terugwerkende kracht vanaf het eerste besluit verleend had moeten worden, omdat hij schade had geleden door de aanvankelijke weigering. Het college weigerde aansprakelijkheid te erkennen en verleende de vergunning slechts met ingang van 10 april 2019.
De Afdeling oordeelde dat het college zijn weigering niet voldoende had gemotiveerd en dat appellant belang had bij een oordeel over de terugwerkende kracht. Daarom werd het college opgedragen binnen vier weken een nieuw besluit te nemen waarin het de vraag of de vergunning met terugwerkende kracht verleend moet worden, opnieuw beoordeelt en dit besluit goed motiveert.
In de einduitspraak zal ook worden beslist over proceskosten en griffierecht. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 20 mei 2020.
Uitkomst: Het college moet binnen vier weken een nieuw besluit nemen en motiveren over de terugwerkende kracht van de ligplaatsvergunning.