ECLI:NL:RVS:2019:620
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verklaring omtrent gedrag wegens zedendelict
De appellant vroeg een verklaring omtrent het gedrag (VOG) aan voor een vrijwilligersfunctie bij een onderwijsinstelling, maar de staatssecretaris wees de aanvraag af vanwege een openstaande justitiële zaak wegens een zedendelict. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en ook in hoger beroep werd dit oordeel bevestigd.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het objectieve criterium voor weigering van een VOG was vervuld, gelet op de geregistreerde justitiële gegevens in het Justitieel Documentatie Systeem. Hoewel appellant was vrijgesproken van het primair tenlastegelegde feit, was er nog een subsidiair tenlastegelegd feit waarvoor een taakstraf was opgelegd en waartegen hoger beroep was ingesteld.
Het belang van de samenleving bij bescherming tegen risico's van zedendelicten werd zwaarder gewogen dan het belang van appellant bij afgifte van de VOG, mede vanwege het beperkte tijdsverloop sinds de gepleegde feiten. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd afgewezen omdat de vergelijkbare zaak een andere functie en ander screeningsprofiel betrof en het delictstype verschilde.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de VOG-aanvraag wegens een openstaande zedendelictzaak.