ECLI:NL:RVS:2019:642
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over openbaarmaking documenten op grond van de Wob
Het college van burgemeester en wethouders van Culemborg weigerde aanvankelijk om op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) bepaalde documenten te verstrekken aan verzoekers. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank Gelderland, waarbij het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen, stelde het college een nieuw besluit op 3 juli 2018.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep van het college tegen de uitspraak van de rechtbank en het beroep van verzoekers tegen het nieuwe besluit. De Afdeling oordeelde dat het college ten onrechte geen hoorzitting heeft gehouden, in strijd met artikel 7:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Tevens werd geconcludeerd dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat verzoekers hadden afgezien van het recht op horen.
Daarnaast werd het besluit van 3 juli 2018 vernietigd voor zover het betrekking had op de zogenaamde C-documenten, omdat het college ten onrechte openbaarmaking van deze documenten had geweigerd op grond van verschillende artikelen van de Wob. De rechtsgevolgen van het besluit bleven echter in stand. Tot slot werd het college veroordeeld tot het betalen van proceskosten en griffierecht aan verzoekers.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard, het beroep van verzoekers gegrond, en het besluit over de C-documenten vernietigd met inachtneming van proceskostenveroordeling.