ECLI:NL:RVS:2019:650
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling in asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 25 april 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en weigerde ambtshalve een reguliere verblijfsvergunning toe te kennen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 6 juni 2018 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde. De Afdeling oordeelde dat het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond was en dat het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond was, mede op basis van een eerdere uitspraak van 29 januari 2019.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer op 27 februari 2019.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.