ECLI:NL:RVS:2019:654
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 23 mei 2016 de aanvraag van een Eritrese vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. De vreemdeling stelde dat hij kerkelijk gehuwd was met een referent die een verblijfsvergunning asiel had. De staatssecretaris vond dat de vreemdeling zijn identiteit onvoldoende aannemelijk had gemaakt met de overgelegde onofficiële documenten, waaronder een kerkelijke huwelijksakte, een detentiepas en een 'conditional release'.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom deze documenten niet als substantieel bewijs konden gelden en vernietigde het besluit. De staatssecretaris ging tegen deze uitspraak in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de staatssecretaris terecht beperkte waarde hecht aan documenten die zijn gebaseerd op eigen verklaringen van de vreemdeling en wees op de grote verschillen in naamgegevens tussen de documenten en het aanvraagformulier. Daarom was het besluit van de staatssecretaris deugdelijk gemotiveerd en hoefde hij niet over te gaan tot beoordeling van de familierelatie. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.