ECLI:NL:RVS:2019:694
Raad van State
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving verkoopactiviteiten fruitstalletje wegens schending gelijkheidsbeginsel
Het college van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe legde aan [appellante] last onder dwangsom op om verkoopactiviteiten van fruit op een perceel met de bestemming 'Verkeer' te staken, omdat dit in strijd is met het bestemmingsplan en zonder omgevingsvergunning plaatsvond.
[Appellante] voerde onder meer aan dat het overgangsrecht van toepassing was en dat het college in strijd met het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel handhavend optreedt, terwijl elders in de gemeente soortgelijke overtredingen niet worden gehandhaafd. De rechtbank verwierp deze beroepen, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het in het geval van [appellante] wel handhavend optreedt en bij andere vergelijkbare situaties niet.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van het college voor zover het het besluit van 21 juli 2016 handhaafde en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen, waarbij het expliciet moet ingaan op de evenredigheid van handhaving tijdens het oogstseizoen en de toepassing van het gelijkheidsbeginsel. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het college tot handhaving van verkoopactiviteiten op het perceel is vernietigd vanwege onvoldoende motivering omtrent het gelijkheidsbeginsel en evenredigheidsbeginsel.