ECLI:NL:RVS:2021:2580
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit verwijderen zeecontainers in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas heeft [appellant] gelast de zeecontainers op zijn perceel in Zevenhuizen te verwijderen omdat deze zonder omgevingsvergunning zijn geplaatst en het bestemmingsplan wordt overtreden. [Appellant] voerde onder meer aan dat de containers niet als bouwwerken kwalificeren, dat er sprake is van concreet zicht op legalisering, en dat het handhavend optreden onevenredig is. De rechtbank verklaarde het beroep van [appellant] ongegrond en bevestigde het collegebesluit.
In hoger beroep heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat de zeecontainers wel als bouwwerken moeten worden aangemerkt omdat zij langdurig op dezelfde plaats staan en daarmee vergunningplichtig zijn. Er is geen concreet zicht op legalisering omdat de aanvraag voor een omgevingsvergunning was ingetrokken en het vooroverleg over bestemmingsplanwijziging nog gaande is. Ook is het handhavend optreden niet onevenredig, ondanks het verlies aan inkomsten door [appellant] en zijn zoon.
Verder is het beroep op het vertrouwensbeginsel verworpen omdat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat het gedogen van de containers gedurende twintig jaar heeft plaatsgevonden. Het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de situatie van een ander perceel niet vergelijkbaar is. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit wordt bevestigd.