ECLI:NL:RVS:2019:701
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor woning met atelier ondanks overschrijding bouwvoorschriften
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen verleende op 31 maart 2017 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning met atelier op een perceel in Groningen. De appellant, wonend op het naastgelegen perceel, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege overschrijding van de bouwhoogte en diepte van het atelier, vermeende schending van het gelijkheidsbeginsel en bezwaren over bodemverontreiniging.
De rechtbank verklaarde het beroep van de appellant ongegrond, waarna hij hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank. Het atelier overschrijdt weliswaar de maximale bouwhoogte en diepte volgens het bestemmingsplan, maar het college heeft dit op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang met het Besluit omgevingsrecht toegestaan.
De Raad oordeelde dat het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden omdat de situatie van de appellant niet vergelijkbaar is met eerdere bouwplannen. Ook is de afstand van het atelier tot het perceel van de appellant volgens het Kadaster 10,25 meter, waardoor de gevolgen van de overschrijding niet onevenredig zijn. Ten aanzien van de bodemverontreiniging stelde de Raad vast dat het perceel is gesaneerd en het bouwplan niet op het verontreinigde deel is voorzien. De rechtbank hoefde daarom geen deskundige in te schakelen.
Het incidenteel hoger beroep van de vergunninghouder werd ingetrokken. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep van de appellant af.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning wordt bevestigd.