ECLI:NL:RVS:2019:709
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek kinderopvangtoeslag 2012-2013
Appellant verzocht bij de Belastingdienst/Toeslagen om herziening van de kinderopvangtoeslag over 2012 en 2013, nadat eerdere besluiten de toeslag op nihil hadden gesteld en terugvordering hadden bevolen. De Belastingdienst wees het herzieningsverzoek af omdat appellant geen nieuwe feiten aanvoerde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet op de hoogte was van de betalingstermijn van twee maanden na het berekeningsjaar en dat de Belastingdienst ten onrechte geen rekening hield met door hem betaalde opvangkosten.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het niet kennen van de betalingstermijn geen nieuwe omstandigheid vormt en dat het de verantwoordelijkheid van de toeslagaanvrager is om aan de voorwaarden te voldoen. Ook het feit dat appellant een deel van de kosten betaalde, leidt niet tot een lagere terugvordering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.