ECLI:NL:RVS:2018:1936
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag wegens niet-betaling eigen bijdrage
Appellant maakte in 2013 gebruik van kinderopvang via twee verschillende organisaties. De Belastingdienst stelde het recht op kinderopvangtoeslag voor de periode bij de eerste organisatie definitief op nihil wegens het niet betalen van de eigen bijdrage en vorderde teveel betaalde voorschotten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat zij niet had aangetoond dat zij de eigen bijdrage had voldaan. Appellant stelde in hoger beroep dat de Belastingdienst verwijtbaar had gehandeld door onvoldoende maatregelen te treffen tegen fraude door kinderopvangorganisaties en dat zij onjuist was geïnformeerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het aan appellant is om aan te tonen dat de kosten zijn betaald en dat het niet betalen van de eigen bijdrage betekent dat geen recht op toeslag bestaat. Het verwijt aan de Belastingdienst faalt omdat het de verantwoordelijkheid van de aanvrager is om aan de voorwaarden te voldoen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.