ECLI:NL:RVS:2019:733
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring woningtoewijzing op medische gronden
Het college van burgemeester en wethouders van Almere wees de aanvraag van appellant om een urgentieverklaring voor woningtoewijzing op medische gronden af, omdat de geconsulteerde instelling A-REA oordeelde dat er geen sprake was van een ernstig psychiatrisch ziektebeeld dat voortkomt uit de huidige woonsituatie. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Zowel appellant als het college stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant onvoldoende feiten had aangevoerd om de onafhankelijkheid van A-REA te betwijfelen. Ook was het medisch onderzoek van A-REA deugdelijk, ondanks de korte duur en het ontbreken van aanvullende informatie van behandelaars. Het protocol van A-REA, waarin drie voorwaarden worden gesteld voor het aannemen van een ernstig psychiatrisch ziektebeeld gerelateerd aan de woonsituatie, werd als passend beschouwd.
Appellant stelde dat zijn langdurige psychogene niet-epileptische aanvallen en de toename daarvan een levensontwrichtende situatie vormden die alleen met een woning op korte termijn kon worden opgelost. De Afdeling vond echter dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat zijn psychiatrische klachten voortkomen uit of verergeren door zijn woonsituatie. De enkele aanwijzing dat een vaste woonplaats zou bijdragen aan vermindering van aanvallen volstaat niet.
De Afdeling verklaarde de hoger beroepen ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de urgentieverklaring wegens onvoldoende medische onderbouwing.