ECLI:NL:RVS:2018:1104
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende motivering en samenhangende problematiek
Appellant, een vrouw met een licht verstandelijke beperking en moeder van twee kinderen, vroeg bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een urgentieverklaring aan voor een grotere woning vanwege medische en sociale redenen. Het college wees de aanvraag af, waarna ook het bezwaar en het beroep bij de rechtbank ongegrond werden verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het college ten onrechte uitsluitend is uitgegaan van het advies van de GGD-arts, dat onvoldoende inzichtelijk en gemotiveerd is opgesteld. De GGD-arts concludeerde dat de problemen niet samenhangen met de huisvesting, terwijl diverse andere medische en hulpverlenersverklaringen juist het tegendeel aantonen.
Verder heeft het college niet het gehele samenstel van factoren betrokken bij de beoordeling en heeft het niet gemotiveerd waarom de hardheidsclausule niet werd toegepast. Het beleid van Amsterdam is strikt, maar dat ontslaat het college niet van een zorgvuldige belangenafweging.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op binnen vier weken een nieuw besluit te nemen, waarbij het samenstel van problemen integraal wordt beoordeeld. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de urgentieverklaring wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen.