ECLI:NL:RVS:2019:755
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende beoordeling specifieke omstandigheden
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, nadat zij was gevlucht uit Rusland vanwege verkrachting en bedreiging door haar ex-partner. De staatssecretaris erkende de verkrachting als geloofwaardig, maar achtte de achtervolging niet aannemelijk en wees de aanvraag af. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde de vreemdeling dat de rechtbank en staatssecretaris onvoldoende rekening hadden gehouden met de ernstige omstandigheden, waaronder dat haar ex-partner eerder een moord pleegde, kortstondig werd gedetineerd en haar daarna verkrachtte en bedreigde. Zij voerde aan dat het doen van aangifte haar situatie zou verergeren.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank deze specifieke omstandigheden niet had betrokken in haar beoordeling en dat de staatssecretaris onvoldoende had onderzocht of de vreemdeling bescherming kon krijgen na aangifte. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris vernietigd, en het beroep alsnog gegrond verklaard.
De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 11 maart 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag vernietigd en het beroep alsnog gegrond verklaard.