ECLI:NL:RVS:2019:778
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over bewijs kinderopvangtoeslag en hernieuwde beslissing Belastingdienst
In deze zaak heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot kinderopvangtoeslag van appellante over 2015 op nihil gesteld omdat zij niet zou hebben aangetoond alle kosten te hebben betaald. De rechtbank Rotterdam vernietigde het besluit van de Belastingdienst vanwege ondeugdelijke motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat appellante onvoldoende bewijs had geleverd dat alle kosten waren voldaan.
Appellante stelde in hoger beroep dat contante betalingen moeilijk exact corresponderen met geldopnames en dat zij een deugdelijke administratie had bijgehouden met kwitanties. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat appellante de contante betalingen niet had aangetoond, mede omdat de bankafschriften en kwitanties samen voldoende bewijs vormden.
Daarnaast oordeelde de Afdeling dat de contante betalingen van de moeder van appellante als schenking moeten worden beschouwd en dus meetellen als betaling van de kosten. De Belastingdienst had ten onrechte een schriftelijke schenkingsverklaring geëist.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand waren gelaten, en beval de Belastingdienst tot een nieuwe beslissing op bezwaar. Tevens werd de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard en Belastingdienst opgedragen opnieuw te beslissen met vergoeding van proceskosten.