ECLI:NL:RVS:2019:810
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- J. Hoekstra
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten weigering ligplaatsvergunning woonboten Amsterdam wegens strijd met Awb
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam weigerde op 18 augustus 2017 ligplaatsvergunningen voor twee woonboten van [wederpartij] aan locaties in Amsterdam. [Wederpartij] maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, die de besluiten vernietigde en de vergunningen toekende. Het college stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat voor één woonboot de ligplaatsvergunning van rechtswege was verleend, omdat niet was voldaan aan de vereisten voor elektronische bereikbaarheid en omdat het ligplaatsverbod niet valt onder de Dienstenwet. Voor de andere woonboot heeft de rechtbank ten onrechte het gedoogbeleid en de Vob verkeerd geïnterpreteerd; het college mocht de vergunning weigeren omdat geen omgevingsvergunning voor bouwen was verleend.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van het college, maar laat de rechtsgevolgen van die besluiten in stand. Tevens wordt het besluit tot toekenning van een dwangsom vernietigd en wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De besluiten van het college tot weigering van ligplaatsvergunningen worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.