ECLI:NL:RVS:2019:845
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 13 november 2018 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 17 december 2018 ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 19 maart 2019 het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. Dit houdt in dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, een bedrag van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De beslissing is genomen met inachtneming van eerdere jurisprudentie, waaronder een uitspraak van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457), en benadrukt het belang van het voorkomen van onomkeerbare gevolgen tijdens de procedure van hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.