ECLI:NL:RVS:2019:856
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek bouwstop wegens ontbreken overtreding
Appellant verzocht het college om handhavend op te treden tegen bouwwerkzaamheden op een perceel in Amsterdam, stellende dat zonder vergunning werd gebouwd en dat de aanbouw in ernstige mate in strijd was met de redelijke eisen van welstand.
Het college wees het verzoek af nadat een controle ter plaatse geen bewijs van een vergunningsvrije overtreding opleverde, met name omdat het dak van de aanbouw nog niet betreedbaar was en geen zwembad werd aangetroffen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het besluit af.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant te vroeg beroep had ingesteld tegen het niet tijdig beslissen, dat geen sprake was van een vergunningsvrije overtreding en dat het college terecht geen handhavend kon optreden. Ook was op basis van de beschikbare gegevens niet vast te stellen dat sprake was van een ernstige strijd met de redelijke eisen van welstand.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.