ECLI:NL:RVS:2019:866
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Verklaring Omtrent het Gedrag wegens strafrechtelijke antecedenten
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) voor de functie van pedagogisch medewerkster. De aanvraag werd geweigerd vanwege haar strafrechtelijke verleden, waaronder een veroordeling voor medeplegen van valsheid in geschrifte en witwassen, alsmede een buitenlandse veroordeling voor een drugsdelict. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De Afdeling oordeelt dat het objectieve criterium is voldaan, omdat de strafbare feiten, indien herhaald, een risico voor de samenleving vormen en een belemmering zijn voor de behoorlijke uitoefening van de functie binnen de kwetsbare sector van kinderopvang. Het subjectieve criterium, waarbij het belang van appellante zwaarder zou kunnen wegen, wordt verworpen omdat de minister terecht heeft geoordeeld dat het risico op herhaling nog niet voldoende is afgenomen.
De Afdeling benadrukt dat de aard van de delicten en de kwetsbaarheid van de doelgroep minderjarigen een zorgvuldige belangenafweging vereisen. Positieve ontwikkelingen bij appellante, zoals het naleven van reclasseringsvoorwaarden, zijn onvoldoende om het risico te verwaarlozen. De weigering van de VOG blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de weigering van de VOG-aanvraag vanwege het risico dat de strafrechtelijke antecedenten vormen voor de functie als pedagogisch medewerkster.