ECLI:NL:RVS:2019:876
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor woninguitbreiding ondanks bezwaren buren
Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn verleende op 7 december 2016 een omgevingsvergunning voor het vergroten van een woning aan de achterzijde op een perceel te Apeldoorn. De buren, onder wie de erven van een overledene, maakten bezwaar tegen deze vergunning vanwege vermeende strijd met het bestemmingsplan en aantasting van hun woongenot.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van de erven ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag of de uitbreiding op hetzelfde perceel plaatsvond als de woning, de juiste berekening van de bouwdiepte, en de gevolgen voor de bezonning en het woongenot van de buren.
De Raad van State oordeelde dat de feitelijke situatie bepalend is en dat de uitbreiding inderdaad op hetzelfde perceel ligt, ondanks verschillende bestemmingen binnen het kadastrale perceel. De bergruimte mocht buiten beschouwing blijven bij de bouwdiepte, omdat op het naastgelegen perceel een vergelijkbare bergruimte staat en de buren daardoor geen hinder ondervinden. De bezwaren over schaduwwerking werden verworpen omdat het college zich op een bezonningsstudie had gebaseerd en het besluit zorgvuldig had gemotiveerd.
De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de omgevingsvergunning en verklaart het hoger beroep van de erven ongegrond.