Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen een omgevingsvergunning die is verleend voor de transformatie van een bestaand kantoorgebouw in tien appartementen en de bouw van een derde laag met twee extra appartementen. Het primaire besluit werd deels gewijzigd met betrekking tot het aspect parkeren, waarbij ontheffing werd verleend voor één parkeerplek.
Eisers voerden aan dat de vergunning in strijd is met het Besluit omgevingsrecht, het bestemmingsplan, het Bouwbesluit, het overgangsrecht, en dat het bouwplan leidt tot aantasting van uitzicht, privacy en parkeerproblemen. Ook stelden zij dat het bouwplan niet in de omgeving past en dat het welstandsadvies niet correct tot stand is gekomen.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk was omdat de beslistermijn correct was verlengd en het besluit tijdig was genomen. De inhoudelijke bezwaren van eisers tegen het bestreden besluit werden afgewezen. De rechtbank volgde de rechtspraak dat de derde bouwlaag als bijbehorend bouwwerk kan worden vergund en dat de vergunning niet in strijd is met het Bor. Ook was de belangenafweging van verweerder redelijk, onder meer ten aanzien van privacy, uitzicht, parkeerplaatsen en welstand.
Verder werd geoordeeld dat de stellingen over planschade, overgangsrecht, leveringsakten en ontbrekende stukken onvoldoende onderbouwd waren of buiten het bestuursrechtelijke toetsingskader vielen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.