ECLI:NL:RVS:2019:916
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling uit veilig land
De staatssecretaris heeft op 25 januari 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling op 8 maart 2019 ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet uitgezet zou worden voordat op het hoger beroep is beslist en hij opvang en verstrekkingen zou ontvangen.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling afkomstig is uit een veilig land van herkomst, waardoor in beginsel geen aanleiding bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening. Er zijn geen omstandigheden naar voren gebracht die dit anders maken. Daarom werd het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N. Verheij op 25 maart 2019 in het openbaar.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen uitzetting is afgewezen.