ECLI:NL:RVS:2019:917
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielzaak
De staatssecretaris heeft op 30 augustus 2018 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling op 26 februari 2019 ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek om niet uitgezet te worden en om opvang en verstrekkingen tijdens de beroepsprocedure te ontvangen, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar is. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De voorzieningenrechter bepaalt dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €512 aan proceskosten. De uitspraak is gedaan op 25 maart 2019 door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.