Uitspraak
Datum uitspraak: 27 maart 2019
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter griffier
Raad van State
Appellant is eigenaar van meerdere percelen in Waalwijk die door een nieuw bestemmingsplan in hun planologische mogelijkheden zijn beperkt, wat volgens appellant heeft geleid tot planschade. Het college kende een tegemoetkoming toe, deels in natura via een herziening van het bestemmingsplan, en deels in geld indien de herziening niet onherroepelijk zou worden.
De SAOZ adviseerde dat het nieuwe bestemmingsplan voor een deel van de percelen een planologisch nadeel veroorzaakte, maar dat appellant passief risico had aanvaard voor een ander perceel. De rechtbank oordeelde dat het verzoek om tegemoetkoming onvoldoende was onderbouwd en wees het beroep af.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat appellant niet passief risico heeft aanvaard omdat hij in overleg was met de gemeente over verkoop en bouwplannen. Verder oordeelt de Afdeling dat het college onvoldoende rekening hield met de onzekerheid rond de onherroepelijkheid van de herziening van het bestemmingsplan en dat de motivering ondeugdelijk is. Daarom wordt het besluit vernietigd en het college opgedragen binnen tien weken een nieuw besluit te nemen met een redelijke termijn voor compensatie in natura of uitbetaling van een geldbedrag.
Uitkomst: Het besluit tot tegemoetkoming in planschade wordt vernietigd en het college krijgt opdracht een nieuw besluit te nemen met betere motivering en regeling van compensatie in natura.