ECLI:NL:RVS:2019:952
Raad van State
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- D.J.C. van den Broek
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning pluimveehouderij ondanks geluidbelastingbezwaar
Het college verleende op 14 augustus 2017 een omgevingsvergunning aan een vennootschap onder firma voor een pluimveehouderij en akkerbouwbedrijf te Middenmeer. Appellant, wonend tegenover de inrichting, stelde dat de vergunning een te hoge geluidbelasting veroorzaakte, met name tijdens laad- en losactiviteiten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 20 februari 2019 behandeld, waarbij partijen hun standpunten toelichtten.
De Afdeling oordeelde dat de geluidgrenswaarden in de vergunning, die lager zijn dan de wettelijke normen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer, toereikend zijn. Het college heeft binnen zijn beoordelingsruimte gehandeld door aanvullende voorschriften te stellen over duur, tijdstippen en meldingen van geluidgevende activiteiten. Verdergaande maatregelen, zoals verplaatsing van de bedrijfsinrit, waren niet noodzakelijk.
De geluidrapporten en aanvullende onderzoeken rechtvaardigen geen andere conclusie. De Afdeling bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning wordt bevestigd.