ECLI:NL:RVS:2019:995
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- A.W.M. Bijloos
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling tegen niet-ontvankelijkheidsbesluit asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde bij besluit van 25 juni 2018 de asielaanvraag van de vreemdeling niet-ontvankelijk omdat hij internationale bescherming geniet in Griekenland. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het beroep van de vreemdeling afhankelijk was van dat van zijn echtgenote, wiens hoger beroep eveneens door de Afdeling kennelijk gegrond werd verklaard en waarbij de rechtbankuitspraak werd vernietigd. Hierdoor was ook het hoger beroep van de staatssecretaris in de zaak van de vreemdeling kennelijk gegrond.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Het latere besluit van 13 februari 2019 van de staatssecretaris, waarin opnieuw niet-ontvankelijk werd verklaard, werd eveneens vernietigd vanwege het vervallen van de grondslag door de vernietiging van de rechtbankuitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het niet-ontvankelijkheidsbesluit asiel wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.