ECLI:NL:RVS:2020:1022
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- T.G.M. Simons
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afmeerverbod vaargeul Binnen-Giessen wegens verkeersveiligheid
Het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rivierenland stelde op 15 mei 2018 een verkeersbesluit vast dat een afmeerverbod instelt in de vaargeul van de Buiten-Giessen en een gedeelte van de Binnen-Giessen. Appellant, eigenaar van een perceel aan de Binnen-Giessen, gebruikte daar al 44 jaar een ligplaats voor zijn boot, die door het besluit deels in de vaargeul kwam te liggen en daardoor niet meer gebruikt mag worden.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State en voerde aan dat het college ten onrechte het algemeen belang zwaarder had gewogen dan zijn belangen, dat de verkeersveiligheid niet concreet was aangetoond, dat hij een bestaand recht had op ligplaats, dat de nadeelcompensatie onvoldoende was, en dat het besluit in strijd was met zijn eigendomsrecht onder het EVRM.
De Raad van State oordeelde dat het college voldoende motivering had gegeven voor de noodzaak van een vaargeul van minimaal 7 meter breedte om de veiligheid en vlotte doorvaart te waarborgen. Het feit dat in 44 jaar geen ongelukken waren gebeurd, deed daaraan niet af. Het college mocht het algemeen belang zwaarder wegen dan de belangen van appellant, en het overgangsrecht tot 1 november 2020 bood enige compensatie. De voorgestelde alternatieven van appellant werden terecht verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het afmeerverbod bevestigd.