ECLI:NL:RVS:2020:1074
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bestemmingsplanuitbreiding intensieve veehouderij vanwege strijd met provinciale verordening
De appellant exploiteert een gemengd agrarisch bedrijf met varkens- en melkrundveehouderij nabij Leersum en verzocht om planologische medewerking voor uitbreiding van zijn bedrijf. Na een wijziging van het initiatief en het ontwerpbestemmingsplan, besloot de gemeenteraad het plan niet vast te stellen, met als voornaamste reden dat het initiatief in strijd was met artikel 2.1, vierde lid, van de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) Utrecht 2016.
De appellant voerde aan dat de PRV wegens het ontbreken van overgangsrecht in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel en dat hij gerechtvaardigd vertrouwen had op basis van toezeggingen van het college. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft dit betoog verworpen, stellende dat het ontbreken van overgangsrecht geen reden is om de PRV buiten toepassing te laten en dat er geen voldoende concrete toezeggingen zijn gedaan waaruit gerechtvaardigd vertrouwen kan worden afgeleid.
De Afdeling oordeelde dat de raad niet gehouden was het bestemmingsplan vast te stellen dat in strijd is met de PRV. Andere beroepsgronden behoefden geen bespreking. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-vaststelling van het bestemmingsplan wordt ongegrond verklaard.