ECLI:NL:RVS:2020:1093
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- D.A. Verburg
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding
Bij besluit van 20 juli 2019 werd de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel gegrond, beval opheffing van de bewaring en kende schadevergoeding toe. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 terecht was gebaseerd, mede omdat de vreemdeling niet heeft bestreden dat er een risico bestaat dat hij zich aan het toezicht zal onttrekken. De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris voldoende heeft gemotiveerd waarom nader onderzoek naar identiteit en nationaliteit noodzakelijk is.
De klacht van de vreemdeling dat niet was toegelicht waarom het niet op de voorgeschreven wijze binnenkomen een risico op onttrekken oplevert, faalde. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de staatssecretaris gegrond, maar wees het verzoek om schadevergoeding af en bepaalde dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.