ECLI:NL:RVS:2020:1140
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H.J.M. Baldinger
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring beroep verblijfsvergunning wegens betalingsonmacht
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde hij beroep in bij de rechtbank, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte geen herstelmogelijkheid bood om het griffierecht alsnog te voldoen, terwijl hij een beroep op betalingsonmacht had gedaan en een formulier had ingevuld waaruit bleek dat hij geen inkomen of vermogen had. De Afdeling overwoog dat de rechtbank de vreemdeling redelijkerwijs in de veronderstelling had mogen laten dat hij geen griffierecht hoefde te betalen, tenzij anders beslist, en dat de rechtbank hem niet had geïnformeerd over een definitieve beslissing.
Verder was van belang dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf had en dus geen inkomen uit arbeid kon hebben, zodat zijn eigen verklaring over het ontbreken van vermogen voldoende was. De arbeidsovereenkomst uit 2017 was daarom niet relevant. De Afdeling vernietigde de niet-ontvankelijkverklaring en wees de zaak terug naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling, met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens niet tijdig betalen van griffierecht wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.