ECLI:NL:RVS:2020:1259
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming planschade door bestemmingsplanwijziging in Cuijk
Appellant is sinds 2006 eigenaar van een pand in Cuijk met een kamerverhuurbedrijf en bedrijfswoning. Hij verzocht het college om een tegemoetkoming in planschade vanwege het bestemmingsplan "Cuijk Centrum" uit 2012, dat de bedrijfswoning niet meer toestaat en de gebruiksmogelijkheden van het pand beperkt. Het college wees dit verzoek af, gesteund op een advies van deskundige Tog, die stelde dat het nieuwe bestemmingsplan enerzijds beperkingen maar ook enige verruiming van gebruiksmogelijkheden met zich meebrengt.
De rechtbank oordeelde dat het kamerverhuurbedrijf onder het oude bestemmingsplan niet was toegestaan en dat appellant passieve risicoaanvaarding kon worden tegengeworpen, omdat hij vanaf de bekendmaking van het voorontwerp in 2011 geen concrete pogingen had gedaan om de oude gebruiksmogelijkheden te benutten. Ook brieven van het college na de inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan konden dit niet veranderen.
In hoger beroep betoogde appellant dat kamerverhuur wel was toegestaan onder het oude bestemmingsplan en dat de risicoaanvaarding onterecht was. De Afdeling volgde dit niet, omdat de VNG-brochure niet bindend is en kamerverhuur niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten voorkomt. De Afdeling bevestigde dat passieve risicoaanvaarding terecht werd aangenomen en dat appellant geen planschade leed door het vervallen van de kamerverhuur.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming in planschade bevestigd.