ECLI:NL:RVS:2020:1260
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens termijnoverschrijding bij subsidie Jeugdwet 2016
Het college van burgemeester en wethouders van Leudal stelde bij besluit van 16 november 2017 de subsidie aan Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg (BJL) vast en vorderde teveel betaalde voorschotten terug. BJL maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 14 mei 2018 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van BJL tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit, waarna het college hoger beroep instelde en BJL incidenteel hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hogerberoepschrift van het college niet binnen de wettelijke termijn was ingediend, aangezien het pas op 23 oktober 2019 per fax werd verzonden terwijl de termijn op 22 oktober 2019 eindigde. Het college kon niet aannemelijk maken dat het beroepschrift tijdig ter post was aangeboden, ondanks verklaringen van medewerkers en een stempel op het beroepschrift. Ook was het beroepschrift niet terug te vinden in het PostNL-overzicht van ontvangen aangetekende stukken.
Omdat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, werd het hoger beroep van het college niet-ontvankelijk verklaard. Het incidenteel hoger beroep van BJL werd eveneens niet-ontvankelijk verklaard omdat dit geen gunstiger resultaat kon opleveren dan de eerdere uitspraak van de rechtbank. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van BJL.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college en het incidenteel hoger beroep van BJL zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepschrifttermijn zonder verschoonbare omstandigheden.