ECLI:NL:RVS:2020:3093
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing 5%-afspraak bij subsidievaststelling Jeugdwet 2016
In deze bestuursrechtelijke zaak stonden hoger beroepen centraal tegen besluiten van vier colleges van burgemeester en wethouders over de vaststelling van subsidies aan Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg (BJL) in het kader van de Jeugdwet voor het jaar 2016.
De kernvraag was of de zogenoemde 5%-afspraak, die een marge van 5% onder tot 5% boven het verleende subsidiebedrag toestaat zonder aanpassing, ook van toepassing was op het jaar 2016. De rechtbank had geoordeeld dat BJL op het vertrouwensbeginsel mocht afgaan dat deze afspraak ook voor 2016 gold, ondanks dat dit niet expliciet in de subsidiebesluiten was vermeld.
De colleges stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl BJL incidenteel hoger beroep instelde tegen de verwerping van haar standpunten. De Raad van State oordeelde dat de colleges onvoldoende ondubbelzinnig hadden gemaakt dat de 5%-afspraak niet meer gold voor 2016, waardoor BJL erop mocht vertrouwen dat deze afspraak werd gehandhaafd.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de colleges tot vergoeding van proceskosten. Daarmee werd de rechtszekerheid en het vertrouwensbeginsel in het kader van subsidievaststelling benadrukt.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de 5%-afspraak van toepassing is op de subsidievaststelling voor 2016 en verklaart de hoger beroepen van de colleges ongegrond.