ECLI:NL:RVS:2020:1275
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen opheffing vreemdelingenbewaring wegens coronacrisis
Bij besluit van 16 april 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval opheffing van de bewaring met ingang van 30 april 2020, tevens kende zij schadevergoeding toe.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de staatssecretaris gegrond. De Afdeling beoordeelde alleen de beroepsgronden waarover de rechtbank nog geen oordeel had gegeven en oordeelde dat de zware gronden 3c en 3i terecht aan de maatregel ten grondslag lagen, ondanks de coronacrisis.
Verder werd geoordeeld dat het onttrekkingsrisico niet werd weggenomen door het feit dat de vreemdeling nog opvang had en dat een lichter middel dan bewaring niet doeltreffend zou zijn. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard met afwijzing van het verzoek om schadevergoeding.