ECLI:NL:RVS:2020:1280
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen kapvergunning bomen in Leusden
Het college van burgemeester en wethouders van Leusden verleende op 11 september 2018 een omgevingsvergunning voor het kappen van zes bomen langs de Liniedijk in Leusden, en op 2 oktober 2018 een vergunning voor het bouwen van elf woningen in het Valleipark-project. Verzoeker, wiens achtertuin grenst aan de Liniedijk, maakte bezwaar tegen beide vergunningen, welke door het college ongegrond werden verklaard. De rechtbank stelde het college in de gelegenheid gebreken in het besluit op bezwaar te herstellen en vernietigde uiteindelijk het besluit voor zover het de kapvergunning betrof.
Verzoeker stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat de vijf bomen aan de Liniedijk worden gekapt voordat het hoger beroep is afgerond. De voorzieningenrechter overwoog dat aan de kapvergunning de voorwaarde is verbonden dat pas tot kap mag worden overgegaan nadat de bouwvergunning onherroepelijk is geworden.
Omdat het hoger beroep ook betrekking heeft op de bouwvergunning en deze nog niet onherroepelijk is, mag de kap nog niet plaatsvinden. De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen spoedeisend belang is om een voorlopige voorziening te treffen en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening om de kap van vijf bomen te voorkomen wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.