ECLI:NL:RVS:2020:1349
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen handhavingslast verwijderen lucht-warmtepompen in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde [verzoeker], mede-eigenaar van een pand aan een locatie in Amsterdam, een last op om drie lucht-warmtepompen in de patio te verwijderen omdat deze zonder vergunning waren geplaatst en in strijd waren met het bestemmingsplan. Na afwijzing van bezwaar en beroep door de rechtbank, stelde [verzoeker] hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij een dwangsom zou verbeuren.
De voorzieningenrechter overwoog dat voor het plaatsen van de units een omgevingsvergunning vereist was, omdat het bouwwerken betreft die niet vergunningvrij zijn en bovendien in strijd zijn met het bestemmingsplan "Oostelijke binnenstad". Er was geen concreet zicht op legalisering omdat het college de vergunningaanvraag had afgewezen en niet bereid was af te wijken van het bestemmingsplan.
Ook was er geen reden om aan te nemen dat handhaving onevenredig zou zijn, ondanks financiële belangen van [verzoeker] en belangen van huurders. De voorzieningenrechter wees het verzoek tot schorsing van de last af, maar schorste de verlenging van de begunstigingstermijn tot zes weken na verzending van de uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de handhavingslast wordt afgewezen, maar de verlenging van de begunstigingstermijn wordt geschorst tot zes weken na uitspraak.