ECLI:NL:RVS:2020:1371
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedoogplicht waterstaatswerken opgelegd door waterschap Drents Overijsselse Delta
Het dagelijks bestuur van het waterschap Drents Overijsselse Delta legde aan appellante een gedoogplicht op op grond van artikel 5.24, eerste lid, van de Waterwet, voor het verbreden en verdiepen van watergangen, de bouw van een gemaal en de aanleg of verwijdering van stuwen binnen het watergebiedsplan "landbouwgebied rondom Nieuwveense Landen".
Appellante voerde aan dat de gedoogplicht prematuur was omdat het watergebiedsplan niet onherroepelijk was en dat er geen serieus bod tot grondverwerving was gedaan. De rechtbank oordeelde dat de gedoogplicht terecht was opgelegd, ook zonder afgeronde procedures of overeenstemming over grondverwerving, en dat de gedoogplicht niet onevenredig nadelige gevolgen heeft gezien de geringe oppervlakte en tijdelijke aard van de werkzaamheden.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Het betoog over de locatie van het gemaal wordt buiten beschouwing gelaten omdat dit niet eerder was ingebracht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de gedoogplicht en verklaart het hoger beroep ongegrond.