ECLI:NL:RVS:2020:1398
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- G.T.J.M. Jurgens
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten minister en toekenning schadevergoeding wegens waardevermindering woning door aanleg A74
Appellant, eigenaar van een woning nabij de A73-Zuid te Venlo, verzocht de minister om schadevergoeding vanwege waardevermindering van zijn woning als gevolg van het Tracébesluit Rijksweg A74. De minister wees het verzoek aanvankelijk af, waarna appellant bezwaar maakte en beroep instelde. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd, waarna de Afdeling bestuursrechtspraak de zaak behandelde.
De Afdeling oordeelde dat de minister de besluiten onrechtmatig had genomen en vernietigde deze. Na deskundigenadvies werd vastgesteld dat de woning een waardedaling had van € 20.000,00 door een maximale geluidtoename van 18,24 dB. De minister kende een tegemoetkoming toe van € 13.800,00. Appellant voerde bezwaar aan tegen de hoogte van de vergoeding, maar de Afdeling verklaarde het beroep ongegrond.
Daarnaast werd een vergoeding van € 1.500,00 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure. De minister werd tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierechten. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank Limburg en bepaalde de definitieve regeling van de schadevergoeding.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt eerdere besluiten, wijst een schadevergoeding toe van € 13.800,00 en een vergoeding van € 1.500,00 wegens overschrijding redelijke termijn.