ECLI:NL:RVS:2020:1404
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning tijdelijke standplaats tijdens werkzaamheden Binnenwegplein Rotterdam
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin het beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam ongegrond werd verklaard. Het geschil draait om de vergunningverlening voor het innemen van een standplaats op het Binnenwegplein in Rotterdam.
Appellant had een vergunning voor een standplaats op een vaste locatie, maar door bouwactiviteiten werd deze locatie onbruikbaar. Het college verleende daarom een tijdelijke vergunning voor een alternatieve locatie gedurende de werkzaamheden, met een geldigheidsduur tot uiterlijk 30 juni 2020.
Appellant wilde na afloop van de werkzaamheden op de alternatieve locatie blijven staan en een vaste kiosk plaatsen. De Raad van State oordeelde dat het college in redelijkheid de vergunning mocht beperken tot de duur van de werkzaamheden, omdat de oorspronkelijke locatie tijdelijk niet beschikbaar was. Het verzoek om een vaste vergunning na de werkzaamheden viel buiten het bestreden besluit en het geding.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee de tijdelijke vergunning rechtsgeldig bleef. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de tijdelijke vergunning voor de standplaats en verklaart het hoger beroep ongegrond.